l'innocence c'est un jeu de loin

21 02 2016 tm 6 03 2016

tiziano doffer & gonella immerzo


Op 21 februari opent tussen 16:00 en 18:00 uur ‘L’Innocence c’est un jeu de loin’ (‘Onschuld is een spel van verre’) de eerste ‘protovirtualistische’ tentoonstelling ooit, ingeleid door kunsthistoricus Hans Koch.
Volgens de protovirtualistische makers, Tiziano Doffer en Gonella Immerzo is het ‘protovirtualisme’ ‘eindelijk een  nieuwe stroming in onze gekoesterde kunstwereld, zonder neo-, post- of retropretenties’, maar ‘juist een frisse, toegankelijke, authentieke en lineair-eerlijke Movement met een prise serieuze luchtigheid’.
Wat het protovirtualisme in feite inhoudt of behelst (waarbij de vraag opdoemt of deze stroming werkelijk zo onontrafelbaar is als ze lijkt) zal tijdens de vernissage, in aanwezigheid van de beide PV-kunstenaars, Tiziano Doffer en Gonella Immerzo, uiteengezet worden door drs. Hans Koch, kunsthistoricus. Deze introduceert ‘L’Innocence’ op zijn welbekende, eloquente wijze onder de intrigerende titel: ‘Protovirtualisme: een deksels mysterie ? Kom nou ?!’, overigens zonder lichtbeelden, en met het oh zo bekende nawoord ‘Miskenning heeft vele gedaantes’. Met prikkelende neventhemaatjes als ‘Zijn begaafdheid  en talent onontkoombaar?’ en ‘Is succes benijdenswaardig?’  Naïef? In genen dele!
U bent van harte uitgenodigd om deze wereldprimeur mee te maken. Overigens is de expositie slechts twee weken, tot en met de finissage op zondag  6 maart, te zien, dus mis haar niet! De finissage wordt verricht door de bekende Nederlandse dichter en vertaler Jean Pierre Rawie, vanaf ca. 15.30 uur.


OPENINGSWOORD J. KOCH, KUNSTHISTORICUS 21-02-2016

“Worte Worte, Keine Taten,
[…] Immer Geist, und keine Braten.“ 
H. Heine.

 Lieve onverdroten Kunstminnaar ! ( U merkt, ik spreek u persoonlijk aan, en wel om Uw betrokkenheid met wat er komen gaat, nog nadrukkelijker te rekruteren. )

Ja: Lieve onverdroten Kunstminnaar !

Kijk eens fors om u heen !  Wat scant uw meedogenloze kennersoog ? Wat treft uw vlijmende geest?...........:
---Een festijn van onkunde, nietwaar ?, een kwetsbaar festijn weliswaar, een uitzonderlijk gebeuren, een exquis festijn van onkunde….maar toch:
Onmiskenbaar rammelende composities, een iconografie zo instabiel als een Nederlandse zomer, ongewild onscherpe foto’s, wild om zich heenslaande pictorale werkjes, al met al uitgelezen ulkigheid – (weeïg esthetische clichés)   ten top, en zo verder …

Om kort te gaan: ”There is something rotten in the state of Denmark.”
Kùnt u dit, neen, màg u dit tolereren, als kritisch modernist of postmodernist ; dient u dit niet in een reukeloos sarcasme zonder erbarmen neer te sabelen, zoals men dat natuurlijk van u verwachten mag in uw intellectueel zo verzorgde milieu?!
Eigenlijk wel, monkelt ge, en toch, toch is hier iets meer aan de creatieve hand en ook dàt beseft ge.
Ja, zo fluistert het in u:  Maar misschien GÁÁT het in dit oeuvre wel gewoonweg om onkunde,--pure ongedesemde onkunde, het niet anders kunnen dan onkunde, onkunde als meta-artistieke werkelijkheid ?!
RAAK ! OPMERKELIJK RAAK !

En hier zijn wij, u en ik, als kunstlievende jachthonden iets ontwapenends op het spoor gekomen, iets van nabije naïviteit, iets van een vermoeden van intense onschuld,-- -----en voordat u het beseft, snuffelt ge aan het
PROTOVIRTUALISME, en het Protovirtualisme drukt zijn onnozele snuit aan de vensters van uw ziel.
Zo gaat dat…..  

Misschien is het goed om iets te weten van de dramatische onstuimige  ontstaansgeschiedenis van deze nieuwe stroming; want alles heeft z’n historie, nietwaar ? – (En daar ligt al te vaak het enigma, zegt u nu zelf…)

Hiervoor put ik uit een conversatie die ik nog betrekkelijk onlangs had met Tiziano Doffer en Gonella Immerzo, op een stoffige zomeravond gezeten op het terras van Meesters te T. .
Ik citeer eerst Tiziano woordelijk: “Iets langer dan een halve eeuw geleden, bezochten mijn dierbare vader en ik een grote overzichtstentoonstelling van Frans  Hals in Haarlem... Daar, op dat moment werd, zonder enige ouverture, een ongekend verlangen in mij wakker om de beelden en verbeeldingen, die in mij sluimerden vorm te geven, gewoonweg om schilder te zijn. Echter, dat bleek niet zo eenvoudig,--- want hoe en nog es hoe, kon ik mijn volkomen onvermogen om iets beeldends te realiseren, transformeren in iets van … ja, wat ?!
Om een lang verhaal niet langer te maken dan het al te lang is, besloot ik energiek een aantal van mijn voormalige gymnasiumvrienden, die aan de Academie Minerva te Groningen zeiden te studeren, om advies te vragen.

De eerste die ik bezocht was Hans S. die atelier hield op een chique locatie in het belendende dorpje Zuid-Laren: zijn raad was kort en bruut, maar minder bepalend dan hij ooit heeft kunnen beseffen, namelijk, --- “als je helemaal geen talent bezit, kan dat alleen maar in je voordeel zijn, want talent is immers iets wat niet uit het diepste van jezelf komt, maar uit een oppervlakkige wil om te behagen”
[ Op mijn vraag om iets van zijn eigen oeuvre te mogen proeven, voerde  Hans S.  mij in een simpel slaapvertrek, waar hij, naar hij beweerde  iedere week een verse geliefde verwende… Aan de rechterzijde van de sponde prijkte, op de grond, een ruw bewerkte boomstronk met daarin geplant een stevige bijl.]

Het gebeurde dan dat telkenmale als het liefdesspel met een van zijn minnaressen z’n hoogtepunt naderde, op het moment suprême, de kunstenaar met een felle sprong het liefdesbed verliet, de bijl greep en orgastisch in de boomstronk begon te hakken… Het kunstwerk is na voltooiing  voor vijfduizend florijnen verkocht --- Pas jaren later besefte ik dat Hans S. hiermee in zekere zin een vorm van anti-concept-art had gecreëerd. [Exc. Jenny S.]
Laten we frank en eerlijk zijn, ik was door deze wat stroeve ervaringen licht misnoegd, maar niet uit het picturale veld geslagen, en toch zou het nog geruime tijd duren, vooraleer een kunsthistorische ingeving mij een schamel lichtend pad bood….”
Op dat gegeven ogenblik leunde Doffer vermoeid in zijn terrasstoel terug, waarop Gonella, de psychonaut van het tweetal, een neuslengte intelligenter dan haar evenknie de vertelling verder droeg:
“We zijn er,” memoreerde ze, “ namelijk langzamerhand achter gekomen, dat ook veel grote beeldende kunstenaars in het verleden hun tekortkomingen hadden; ---zo kon bij voorbeeld, volgens Vestdijk, Rembrandt geen paarden schilderen, en wie ooit bepaalde werken van El Greco  of Goya gezien heeft, begrijpt dat er ook bij hen nog wel wat kranig correctiewerk uitgevoerd had mogen worden ! Ook hebben Tiziano en ik samen wel es voor een doek van Caravaggio gestaan, en na verloop van kijk-tijd tegen elkaar gefluisterd “Oei, dat ging nog maar net goed…” En zo zijn er gelukkig  historische voorbeelden te over…
En dat geeft nou juist een mind blasting boost (weetsjewel), die verbazende transcendente verbondenheid in onkunde met de hele Groten, met de erkende Genieën…, een bijna intieme innigheid, iedere verburgerlijkte nostalgie naar Spiritualiteit ver voorbij..”
Daarna zwegen beide Protovirtualisten, er was genoeg gezegd, ze stonden op, groetten en gingen de avond tegemoet…

Laat mij tot slot nog een moment mogen uitweiden tot het u teveel wordt, over het gebruik van titels in deze nieuwe stroming.
Titels zijn eigenlijk pas in zwang gekomen in de loop van de XVIIIe eeuw; voordien waren ze au fond niet noodzakelijk: opdrachtgevers, adel, hogere kerkinstanties et cetera vóór die tijd gaven in principe hun thema’s door aan de uitvoerende kunstenaars, en deze thema’s waren dus impliciet bekend. Schilderijen hadden in den beginne ergo geen titels !

Anders kwam de zaak te liggen toen de bourgeoisie dominant werd in West Europa, en kunst ook een publiek karakter kreeg, onder meer in musea, en de kunstwerken benoemd, betiteld moesten worden.

Dat heeft tot jolige misverstanden geleid: zo is Rembrandts Nachtwacht helegaar geen Nachtwacht, en heeft Botticelli’s Primavera in feite erg weinig met Lente te maken, en zo verder……

Het betitelen van kunstwerken nam sinds de negentiende eeuw  en sindsdien een vruchtbare vlucht, en dat heeft hier en daar tot een vreemd verviltend effect geleid: zo heet de afbeelding van een pad in een boslandschap in een museum:“Pad in boslandschap”, of een schilderij van in een storm verkerend bootje…., enfin dat behoeft geen verder betoog…

Een prachtvondst van de vorige eeuw was het frequente virtuoze gebruik van “zonder titel”, door het Protovirtualisme overigens fris aangevuld met een werkje dat “Met titel” heet, en een ander dat “Hidden  Title” als titel draagt….

Hiermede, lieve onverdroten kunstminnaar, sluit ik mijn betoogje geruisloos af,
maar niet voordat ik de Galeriste Ingrid Luycks onwrikbare roem voor haar heroïsche gastvrijheid toezwaai, haar ontilburgse  durf om de pimpel-nieuwe stroming Het Protovirtualisme te ontvangen in heur Huys en die liefdevol te omarmen.

                                         Hoezee !

 

                                 Ik dank u.             

 


 

 

 



<< terug
 
cache temps I 2016 I glas, marmer, herinnering I 53,5 x 23,5 cm